De pompoenprijzen daalden over de hele linie in de drie maanden tot 4 november 2026. Alle zes grondstoffen in de familie staan lager, gemiddeld -13,6%, de scherpste daling van alle groentefamilies, terwijl de groep als geheel 4,1% won. Over een jaar ligt de familie nog 6,2% hoger, en elke index staat nog boven het niveau van twaalf maanden geleden.
Potimarron daalde het hardst, met 31,5% over drie maanden, waardoor hij op jaarbasis nog maar 1,5% hoger staat. Pompoen verloor 17,2%, butternut 16,8% en patisson 12,4%; alle drie liggen nog 2,3% tot 4,9% hoger dan een jaar geleden.
Twee grondstoffen hielden veel beter stand dan het familiegemiddelde. Grote oranje pompoen daalde slechts 3,3% over drie maanden en heeft de beste jaarstijging van de familie, +14,0%, terwijl winterpompoen in dezelfde periode vrijwel gelijk bleef, op -0,4%, en 11,6% hoger staat op jaarbasis.
De gedateerde berichten beschrijven een grote oogst op de ene plek en kleine oogsten elders. Op 16 oktober werd de Duitse biologische pompoenoogst als recordoogst gemeld, waarbij de stijgende productie de prijsdruk vergrootte. In Noordrijn-Westfalen meldden telers op 22 oktober dat ze minder pompoenen oogstten, en een Belgische producent rondde op 6 oktober een kleinere oogst af, met een aantrekkende vraag maar prijzen die de kleinere oogst niet volledig compenseerden.
In het Verenigd Koninkrijk meldden telers kleinere vruchten en lagere pompoenopbrengsten na de hete, droge zomer, volgens een notitie van 5 oktober. In het Nederlandse Tholen beschreef een teler een kleinere oogst terwijl de vraag aantrok; de laatste pompoenen werden daar op 12 september geoogst. Eerder, op 14 augustus, werd al gemeld dat het warme weer de groei van Nederlandse pompoenen versnelde.